RWS

Analyse: behoefte aan mobiliteit blijft toenemen

 

28 april 2017 - Na 2030 zal zowel bij hoge als bij lage economische groei het personenvervoer en het vervoer van goederen in omvang toenemen. De huidige plannen voor nieuwe infrastructuur vangen tot en met 2030 een deel van deze groei op, maar op de langere termijn zijn aanvullende maatregelen nodig. Richting 2040 worden de opgaven groter. Dat blijkt uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) die minister Schultz van Haegen en staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) op 28 april naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. De analyse komt eens in de vier jaar uit om een beeld te geven over de ontwikkeling van de mobiliteit op de lange termijn.

Het huidige Infrastructuurfonds waaruit de plannen voor nieuwe infrastructuur worden gefinancierd loopt tot en met 2030. De nieuwe vervoer- en verkeersanalyse geeft voor een nieuw kabinet aan wat de te verwachten opgaven zijn na 2030, als alle lopende infrastructuurprojecten zijn uitgevoerd. Het gaat daarbij om potentiële knelpunten op de wegen, het spoor, de vaarwegen en bus, tram en metro.

De analyse laat zien dat de mobiliteit in het personen- én het goederenvervoer toeneemt. In het personenvervoer is deze groei het sterkst is in-, rond- en tussen de grotere steden. Het goederenvervoer groeit sterk op de achterlandverbindingen. De opgaven voor de langere termijn liggen in de stedelijke gebieden en op de (achterland) verbindingen vanuit de Randstad. In het personenvervoer doen de grootste opgaven zich voor in de regio’s Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven op zowel de weg als in het openbaar vervoer. Verder gaat het om de verbindingen richting Amersfoort, Zwolle, Breda, Tilburg, Den Bosch en Arnhem-Nijmegen.

In het goederenvervoer zijn er op de transportroutes naar Duitsland richting 2040 een potentieel knelpunt op de weg en op het spoor. De vaarwegen hebben ook op de lange termijn voldoende capaciteit voor het vervoer van goederen. Mogelijk kan bodemerosie bij laag water wel beperkingen geven voor wat betreft de vaardiepte. Ook de corridors naar Antwerpen en Noord Nederland laten enkele potentiële opgaven zien.

In krimpgebieden, zoals Zeeland, Limburg en Noord Nederland, neemt de mobiliteit af. Dit brengt weer andere opgaven met zich mee, bijvoorbeeld het bereikbaar houden van voorzieningen met het openbaar vervoer.

De NMCA is gedeeld en besproken met de regio’s en betrokken sectoren. De analyse wordt als een van de bouwstenen gebruikt voor de gesprekken tussen Rijk, regio’s en de Tweede Kamer over de gewenste mobiliteitsaanpak voor de langere termijn.

Ministerie van I&M>